zoek login
logo

Over Afrika gesproken

home  >  nieuws  >  Over Afrika gesproken (06 feb 2013)

De debuutroman Wat rest van Peter van Kraaij vormt de aanleiding voor Over Afrika gesproken. Een gesprek tussen hem, theatermaker Josse De Pauw en acteur Oscar Van Rompay. Zij zijn oude bekenden en delen hun fascinatie voor Afrika. Zij gaan in gesprek over autobiografie, werkelijkheid en fictie, het echte en verbeelde Afrika. Over de grenzenloosheid van de verbeelding en de harde dagelijkse werkelijkheid van het Afrikaanse continent. Ellen Walraven, dramaturge bij TA, modereert.

zo 10 feb | 15:00 | stadsschouwburg amsterdam | toegang gratis

 

Tien opmerkingen bij de feestelijke geboorte van Wat rest

1. Het is niet normaal dat Peter van Kraaij vandaag pas, op z’n 51, debuteert. Iémand heeft zijn werk hier niet gedaan: al die uitgevers die hem niet eerder om een boek gevraagd hebben. Of Peter, die niet eerder bij zichzelf een boek besteld heeft. Stel dat hij maar honderd wordt, dan is de helft van de kansen op dit soort wonder al verkeken.

2. Wat rest speelt deels in Brussel, deels in Rwanda. ‘Nog een roman over Rwanda? Dat is af te raden.’ Ik citeer hier één van de slimmere Belgen, Jan van Sina, historicus en hartspecialist, ik bedoel als historicus gespecialiseerd in het hart der duisternis: Kongo, Rwanda. Schrijver Koen Peeters heeft ‘m om raad gevraagd, toen hij aan een Rwanda-roman zat te denken - ‘Duizend heuvels’ is inmiddels verschenen. Een roman over Rwanda, was het advies van Van Sina, ‘vereist het talent van een Tolstoj of Dostojevski, gepaard aan een kennis van het Kinyarwanda en van het ‘Rwandees zijn’ te vergelijken met die van de Rwandese intellectuelen. Wie kan zoiets aan?’

3. Behalve de auteur en de titel en een intelligente inktvlek van Koen Tinel staat er op het omslag: roman. Zou het? Als een roman een feest van de verbeelding is, is Wat rest geen roman. Wat rest is de rantsoenkeuken die het leven ons serveert, is een boek dat ons juist met de neus op de feiten drukt: kaduke liefde, mens slacht mens. Een roman verkent het mogelijke bestaan, zegt Milan Kundera in Over de romankunst, dit boek reflecteert over het onmogelijke van het bestaande bestaan.

4. Wat rest is ook een boek over een levenscrisis en een niet zo slimme poging om ze op te lossen. Langlopende relatie mislukt. Wat te doen? Haal eens een vrouw met bindingsangst in huis, plus een kind met verlatingsangst, en zie of het werkt. 

5. Het gebeurt niet alle dagen dat je zeggen kan: vandáág is de Nederlandse literatuur verrijkt. Vandaag gebeurt het. Met name omdat dit boek vooruitloopt in een genre dat hier nog zo ongebruikelijk is dat we er niet echt een woord voor hebben. A memoir zeggen de Angelsaksers. Het komt erop neer dat de schrijver een werkelijkheid neerzet, de zijne, en daarbij onvermijdelijk een beroep doet op verbeelding. In dit geval schiet de verbeelde werkelijkheid zowel de werkelijkheid als de verbeelding voorbij: Wat rest gaat behalve over liefde over genocide.

6. Liefde. Ik las Wat rest uit en liep de deur uit, één van de wortels van het boek achterna. In boekhandel Tropismes, die ook kort optreedt in het boek, kocht ik Fragments d’un discours amoureux van Roland Barthes, thuis was mijn exemplaar zoek. ‘Ben ik verliefd?’ schrijft Barthes. ‘Ja, want ik ben aan het wachten.’ Lees Wat rest, waarin de schrijver zit te wachten met het kind. Liefde maakt niet blind, heeft Barthes ons geleerd, integendeel: de verliefde heeft een ongelooflijk vermogen om het gedrag van de ander te ontcijferen, hij is een semioloog in het wild, hij heeft dezelfde gespannen concentratie van het jongetje dat blazend een pisbloem ontpluist: ze houdt van mij, ze houdt niet van mij. De verliefde ziet álles, en daardoor ook weer niks. De verliefde is tegelijk geïnformeerd, getourmenteerd en gek. De verliefde is de prooi van de tekens.

7. Genocide. Hoe schrijf je over een ramp waarbij de doden zich hebben opgestapeld in een tempo dat bijna driemaal zo hoog ligt als dat van de vermoorde joden tijdens de holocaust? Peter van Kraaij weet het: met mondjesmaat. Hij weet hoe één zin aan duizenden doden kan herinneren. Hier is Lin, het vrouwelijke hoofdpersonage, op stap door het verwoeste Kigali. Citaat: ‘Aan haar voeten kleefden de resten van wat ooit families waren.’

8. Peter maakte een voorstelling van Antigone toen hij dit boek nog niet aan het schrijven maar aan het leven was. Op een dag zei hij de vertolkster van Antigone: ‘Ik denk dat ik de echte Antigone ontmoet heb’ - een vrouw dus die niet langer tot echt contact in staat is met de levenden, die – zoals in het boek ook wordt geciteerd ‘met deden slechts vertrouwd’ is. Antigone is Grieks en staat, als Wikipedia een keer gelijk heeft, voor ‘zij die geboren is om tegen te werken’. Lin, de Rwandese Antigone  werkt tegen in de relatie met de schrijver omdat haar empathie vermoord is. Het enige beschaafde antwoord daarop is dat van Peter: de mobilisatie van heel zijn empathische vermogen om haar toch te begrijpen. Dat siert hem. Zoals het hem ook siert dat hij beseft dat hij zal verliezen. Hij citeert David Grossman instemmend: ‘Elk van ons is als een dier dat enig is in zijn soort, en de gelijkenis tussen ons is niets meer dan gezichtsbedrog, ijdele hoop, de vrucht van wanhoop en eenzaamheid.’

9. Wat rest is, las ik in een folder van de uitgeverij, voor de lezers van Barnes en Kundera. Zou het? Dat zijn goeie schrijvers, maar ik zie het niet. Voor de lezers, zou ík zeggen, van schrijvers die Peter impliciet of expliciet noemt: Grossman dus, Barthes, Koltès. Niet met Barnes en Kundera zat ik in mijn hoofd, maar met Dave Eggers, die andere grootmeester in empathie. Of ik zou zeggen: Wat rest is voor de lezers van Sven Lindqvist, maar die heeft hier geen lezers, zijn prachtige boek Exterminate all the brutes over de genocide van Leopold II is onvertaald gebleven. Aan Conrads Heart of Darkness moest ik ook denken, één passage. Marlow is terug uit dat duistere hart, Congo, danig verzwakt. Zijn tante is bezorgd: let hij wel op z’n gezondheid? Hij antwoordt haar: ‘Het was niet mijn kracht die behoefte aan verzorging had, het was mijn verbeelding die gesust moet worden.’ Er zijn werkelijkheden zo gruwelijk, dat je verbeelding gesust moet worden. Het liefst nog zou ik niet aan dat moderne marketing driven associatiespelletje meedoen – ‘Voor de lezers van...’ – meedoen en zeggen: Wat rest is voor de lezers van Peter Van Kraaij. Het is een zelfgenoegzaam boek, als zelfgenoegzaam de betekenis heeft die het in dit boek krijgt in een beschrijving van Lin:  ‘Is ze zelfgenoegzaam?’ ‘Ja, als in zichzelf genoeg.’

10. Het is niet normaal, maar wel goed dat Peter van Kraaij vandaag pas, op z’n 51, debuteert. Eindelijk nog eens een door het leven én door zijn werk in het theater geschoolde debutant. Dramaturgisch inzicht, tekstgevoel, het is er allemaal in overvloed. Meer dan over de zin van het leven moet een schrijver over elke zin nadenken – Peter doet allebei.

Wat rest staat voor: wat rest van een verliefdheid. Wat rest staat voor: wat rest van een volk en land. Maar Wat rest staat ook voor: wat niet geschrapt is. Voor wat er op het veld blijven uitsteken is nadat Peter alle onkruid had gewied - Wat rest is uit-stekend.

Mark Schaevers, Brussel 25 januari 2013

 

 

share

Rate

Hieronder kunt u uw reactie invullen.  

gegevens worden opgehaald