zoek login
logo

Pleidooi Gijs Scholten van Aschat

home  >  nieuws  >  Pleidooi Gijs Scholten van Aschat (28 aug 2017)

Afgelopen zondag hield Gijs Scholten van Aschat tijdens het Paradisodebat een vurig pleidooi voor het investeren in de toekomst van de kunsten.

Een tijd geleden zag ik de documentaire A trip to Asia over een tournee in Azië van het Berliner Philharmoniker. Tijdens die tournee speelden jonge musici op proef en werd gekeken of ze geschikt waren voor het ensemble.
Toen een van de oudere violisten werd gevraagd wat het geheim van het ensemble was, zei hij: ‘De klank’. En hij vervolgde: ‘Mijn vrouw zegt wel eens: ‘‘jij wordt betaald om niet gehoord te worden’’. En dat is ook zo. Als je mij hoort, dan doe ik het niet goed. Ik moet deel uitmaken van de klank, de klank vormgeven, maar het is niet de bedoeling dat ik me in individuele zin onderscheid. Mijn individu gaat op in het collectief.’ Hier raakt hij de essentie van een goed ensemble. Je streeft met zijn allen iets na en iedereen draagt bij aan dat ene doel.

Toen ik mijn carrière begon in de jaren tachtig waren er veel ensembles en gezelschappen en dus waren er veel mensen bij de gezelschappen in vaste dienst. In het toneel waren er toen wel 400 acteurs in vaste dienst en het ondersteunend personeel een veelvoud daarvan.
Vandaag de dag halen we de 50 niet.
Tegenwoordig wordt de kunstenaar al snel duidelijk gemaakt dat de spoeling dun is en dat hij of zij onderscheidend en ondernemend moet zijn, want slechts enkelen zullen het overleven. Veel plekken waar het jonge talent kon rijpen en in een redelijk beschermende omgeving zijn talent kon ontwikkelen zijn helaas ter ziele.

Flexibiliteit is het toverwoord dat ook past bij de behoefte aan evenementen en ervaringen.
De festivalisering in de kunst. Er is niets mis met de korte boost die een festival biedt, maar daarna kunnen de kunstenaars weer in de bediening van een restaurant gaan werken. Deze vluchtigheid mag niet de    toon zetten in het kunstaanbod.
Afgelopen jaar werkte ik in de toneelwereld in Londen, dat een grote reputatie heeft op te houden. Maar de acteurs die ik sprak, keken allemaal met jaloezie naar het ensemble van Toneelgroep Amsterdam.
The Royal Shakespeare, the Old Vic, the Young Vic, the National Theatre, groepen met een haast mythische reputatie, bestaan niet meer als ensembles, maar als productiehuizen zonder vaste acteurs.
De oude violist uit het Berliner zou zeggen: ‘Maar wie bewaakt de klank?’
En dat werd ook beaamd door veel acteurs aldaar. Stukken worden met een of twee sterren gecast en de rest wordt ingehuurd. Van een continuïteit of ontwikkeling is geen sprake, het is kortetermijndenken.

De Warme Winkel, het Koninklijk Concertgebouworkest, Conny Jansen danst en Toneelgroep Amsterdam worden geroemd om hun ensemble. Dat wil zeggen om de gezamenlijke stijl, klank en uitstraling.
Dat gaat niet vanzelf. Je hebt een dirigent of leider nodig die keuzes maakt, visie heeft en zorgt voor opleiding en doorstroming. En die het ensemble tevreden houdt. En je hebt tijd nodig. Tijd om te zoeken,  je eigen stijl te vinden, te toetsen, fouten te maken, te vallen en weer op te staan. Je publiek te vinden en ze daarna vast te houden en uit te breiden.

Als je deel uitmaakt van een ensemble betekent dat je wat van je individualiteit opgeeft voor het grotere geheel. En hier komen we op iets wat volgens mij belangrijk is in deze tijd.
Waar de tendens is dat je als individu allerlei rechten hebt en je vooral goed voor jezelf moet zorgen, ligt in het ensemble de nadruk op de gezamenlijke inspanning en op de plichten die je hebt binnen het geheel. Een goed ensemble zal proberen de beste mensen op de beste plaats te krijgen, mensen die niet alleen hun eigen taak goed kunnen uitvoeren maar ook meedenken over het geheel.
En ja, je levert iets van jezelf in maar je krijgt er iets voor terug dat groter is dan jij alleen kan bewerkstelligen. Het geheel is groter dan de som der delen. En nee, je krijgt niet altijd je zin.

Dat is niet erg want er ligt een visie aan ten grondslag, en daar doen je het voor. Vooral als die visie voor iedereen en dus voor het geheel succesvol blijkt.

Soms denk ik daaraan als ik nieuws hoor over de kabinetsformatie. Hebben ze wel een visie van hoe ze zouden willen dat Nederland er over 25 jaar uit moet zien. En mochten ze zo’n visie hebben, dan lijkt het mij dat alle keuzes daaraan te relateren zijn en moet het voor eenieder makkelijker zijn om zijn persoonlijke voorkeuren op te geven voor het grotere geheel.

Zoals ik in het begin al zei, is het voor de jonge net afgestudeerden moeilijk om zich in een zekere rust en een beschermende omgeving te ontwikkelen. Vaste arbeidsplaatsen zijn er nauwelijks en het is ieder voor zich en God voor ons allen.
Toch zie je bij deze groep een hang naar collectiviteit.
Deze winter organiseerden vier jonge groepen, Urland, Bog, Lars Doberman en Nineties productions, de Nacht van de Collectieven. Ik was getuige van een bijzondere nacht waarin vier jonge collectieven, na tien dagen met elkaar te hebben samengeleefd en gerepeteerd, een voorstelling gaven van drie uur. Het maakproces was een clash van smaak en stijlen, maar de afspraak was dat dat ook deel van het onderzoek was. Ze spraken van tevoren af dat iedereen voorstellen mocht doen en dat niemand ‘Nee’ mocht zeggen, of ‘Ja maar…’ Alleen de opmerking ‘Ja…en?’ was geoorloofd. Hoe zou dat in de politiek gaan als je een regering wilt vormen en je mag alleen reageren met Ja…en?

Voor jonge kunstenaars die zich willen bezighouden met artistiek onderzoek is er dus weinig ruimte in de huidige structuur. Velen zijn al op hun dertigste opgebrand of uitgeblust van het constante zoeken naar werk in kortademige constructies die te weinig betalen om een minimum bestaan te waarborgen.
Het verbaast dan ook niet dat steeds meer kunstenaars en theatermakers om de structuren heen beginnen te werken. Of zich tot kleine collectieven organiseren die zich richten op gezamenlijk artistiek onderzoek. De kosten worden gedrukt door alles zelf en samen te doen: de marketing, het verkopen van de voorstellingen, het bouwen van decors of het organiseren van randprogramma’s. Acteurs, muzikanten, performers, dramaturgen en ontwerpers: allemaal doen ze mee.
Theaterrecensent Robbert van Heuven schreef hier het volgende over:
‘Het hernieuwde succes van collectieven lijkt ook samen te hangen met de behoefte aan onderzoek naar nieuwe theatertalen en een, bewust of onbewust, verzet tegen het neoliberale individualisme. Zo is er bij steeds meer jonge theatermakers en acteurs weerstand tegen de grote onderlinge concurrentie die al op school een aanvang neemt. Die concurrentie komt voort uit het gebrek aan werkplekken, waar je eigenlijk alleen nog terecht kan als je je in de artistieke mal van een instituut weet te persen. De hernieuwde populariteit van het collectief als organiserend principe komt dan voort uit het verzet tegen het systeem dat van kunstenaars al op school concurrerende individuen maakt die zich in moeten vechten in een hard en competitief werkveld, waarin je handigheid om het systeem te bespelen misschien wel belangrijker is dan je artistieke vragen.’

Dit verzet tegen de individualisering, een individualisering die past bij het marktdenken, het idee dat de markt alles kan oplossen en je alles kan geven. Je bent wat je koopt. Dus je koopt je eigen identiteit, en we hebben te laat door dat we allemaal hetzelfde kopen om uniek te willen zijn. En dus ontstaat de toenemende behoefte aan iets dat ons bindt in plaats van iets dat ons onderscheidt.

Meer nog dan vroeger wordt er door deze collectieven in de podiumkunsten maar ook door velen in de beeldende kunst gereageerd op politieke en maatschappelijke kwesties. Misschien juist omdat deze jonge kunstenaars die zich afzetten tegen het ieder-voor-zich-principe, zich niet meer herkennen in onze pragmatische politiek, die het woord ‘ideaal’ al bijna niet meer in de mond durft te nemen. En om met onze minister-president te spreken: visie is een olifant die het uitzicht belemmert.

De tendens van de jonge kunstenaars om zich weer te verbinden, de collectiviteit op te zoeken en zich uit te spreken over maatschappelijke kwesties, moet de politiek toch hoopvol stemmen. En het zou aardig zijn als ze er ook een minimumloon aan overhouden. Ik hoop oprecht dat de kunst en de politiek, die de laatste
 
jaren vaker tegenover elkaar stonden dan in elkaars armen lagen, allebei een poging doen elkaar beter te verstaan. En zo elkaars idealen, wensen en dromen te delen. Graag heb ik dat de politiek zich met de kunst bemoeit. Dat ze met ons in discussie gaat. Zich opwindt en zich uit. De enige voorwaarde daarvoor is een gemeende interesse. En een blijk van vertrouwen in ons.
Omgekeerd kan de politiek ervan op aan dat wij ons mengen in politieke zaken die ons aan het hart gaan. Ik noem er een paar: het publieke domein, segregatie in de samenleving, de stand van zaken in het onderwijs en om dichter bij huis te blijven, de positie van de kunstenaar in Nederland.

Het is geen verrassing voor ons dat de financiële positie van de kunstenaar de laatste jaren hollend achteruit is gegaan. De SER, het CBS en de Raad voor Cultuur hebben allen al aan de bel getrokken dat er nu echt iets moet gebeuren.
Het rapport Verkenning arbeidsmarkt cultuursector kwam al tot de conclusie dat de kunstenaar zelf de grootste subsidieverstrekker is geworden door uit idealisme genoegen te nemen met twee keer niks. Terwijl al het niet-artistieke personeel gewoon een rekening stuurt.
Het is dan ook met grote vreugde dat we kunnen constateren dat alle ontberingen en bezuinigingen die de kunst voor het bestrijden van de crisis heeft moeten ondergaan niet voor niets zijn geweest. De 200 miljoen die uit ons is geperst heeft wel 13 miljard overschot opgeleverd. We zien dan ook reikhalzend uit naar het rendement op onze investering. Want als we één ding van de politiek geleerd hebben, is het wel: Voor wat hoort wat!

Ik dank u wel.
Gijs Scholten van Aschat
Paradisodebat, 27 augustus 2017

share

Rate

Hieronder kunt u uw reactie invullen.  

gegevens worden opgehaald

 
 
 
husbands and wives

husbands and wives

wo 12 dec 2018 - 20:30
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst



inleiding


19:45
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam

gratis


De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
Ibsen huis

Ibsen huis

do 13 dec 2018 - 19:00
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
husbands and wives

husbands and wives

do 13 dec 2018 - 20:30
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
Ibsen huis

Ibsen huis

vr 14 dec 2018 - 19:00
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst



nagesprek

22:35
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam

gratis


De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
husbands and wives

husbands and wives

vr 14 dec 2018 - 20:30
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst



nagesprek

22:45
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam

gratis


De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
Ibsen huis

Ibsen huis

za 15 dec 2018 - 19:00
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst
husbands and wives

husbands and wives

za 15 dec 2018 - 20:30
Stadsschouwburg Amsterdam
Amsterdam
bestel
De voorstelling is toegevoegd aan uw wensenlijst